“Van je familie moet je het (maar) hebben”

Betekenis
Dit spreekwoord drukt uit dat je vaak juist door je naaste familieleden – of vrienden, kennissen en collega's – slecht behandeld wordt, of in een kwaad daglicht geplaatst wordt. Het reflecteert de teleurstelling wanneer mensen van wie je steun en begrip verwacht, je juist dwarszitten of je schaden. Het is een uitdrukking van verontwaardiging over onverwacht negatief gedrag van iemand die dichtbij staat.
Wanneer gebruik je dit?
Je gebruikt dit spreekwoord als je gefrustreerd bent over hoe een familielid of een goede vriend je heeft behandeld. Bijvoorbeeld, als je broer roddels over je verspreidt op een familiefeestje, of als een vriend je in de steek laat op een cruciaal moment. Je kunt dan zuchten en zeggen: 'Tja, van je familie moet je het maar hebben.'
Herkomst
Dit gezegde werd populair in de 19e eeuw, hoewel het toen soms net iets anders klonk. Zo schreef Jacob van Lennep in 1865 in zijn roman *De Lotgevallen van Klaasje Zevenster*: 'Van je familie je mot je ’t hebben'. Het woord 'familie' kan in dit spreekwoord variëren, met als moderne variant 'van je vrienden moet je ’t hebben'.



Reacties (0)