Relaties

“Wie zijn neus schendt, schendt zijn aangezicht”

Illustratie: Wie zijn neus schendt, schendt zijn aangezicht

Betekenis

Dit spreekwoord waarschuwt dat roddelen of kwaadspreken over je naasten, zoals familie of collega's, uiteindelijk jezelf schaadt. Door hen zwart te maken, breng je indirect ook je eigen reputatie of geloofwaardigheid in gevaar. Je ondermijnt de groep waartoe je behoort, en daarmee ook je eigen positie. Het benadrukt het belang van loyaliteit en de gevolgen van het afvallen van je eigen 'kamp'. Je beschadigt je eigen gezicht door de neus van je eigen groep te schenden.

Wanneer gebruik je dit?

Dit zeg je als iemand kritiek levert op zijn eigen team, familie of organisatie, en daarmee meer kwaad doet dan goed. Bijvoorbeeld: 'Hij vertelde iedereen hoe slecht zijn broer was. Zijn vriend zei: 'Pas op, wie zijn neus schendt, schendt zijn aangezicht. Je praat je eigen familie de grond in.''

Herkomst

Dit spreekwoord komt uit de 16e eeuw, toen het voorkwam als ‘wie sijnen neus afsnijdet, die schendt sijn aensichte’. Het is waarschijnlijk verwant aan het Franse *qui coupe son nez dégarni son visage*, dat rond dezelfde tijd ontstond. De formulering met 'schenden' werd pas rond 1800 algemeen. Petrus Weiland nam deze versie op in zijn woordenboek van 1829, en Harrebomée deed hetzelfde in zijn Spreekwoordenboek van 1858.

Trefwoorden

Delen:

Reacties (0)